|
‘Eigenlijk ben ik het vak strafrecht pas ècht gaan begrijpen, toen ik hier kwam werken als oproepkracht. Tijdens het eerste jaar van mijn studie rechten was ik nota bene gezakt voor dit vak; dàt was een lekkere binnenkomer tijdens mijn sollicitatiegesprek!
Maar naarmate ik hier langer werk, kan ik de theorie veel beter plaatsen. Ik ben zelfs zo enthousiast over strafrecht geworden, dat ik straks ook graag als strafpleiter aan de slag wil.
Ik verricht hier allerlei ondersteunende werkzaamheden, uiteenlopend van boodschappen halen, de telefoon aannemen tot het voorbereiden van een verzoek tot het horen van getuigen. Het is een leuke en leerzame bijbaan. Ik woon soms zittingen bij van het kantoor en blijf graag op de hoogte van alle lopende en nieuwe strafzaken. Het is helemaal top dat ik ook vaak bij een studie-opdracht een beroep kan doen op de advocaten van het kantoor.
|
Aanvankelijk heb ik
overwogen om Nederlands te gaan studeren; ik houd ervan te schrijven,
met taal creatief bezig te zijn. Uiteindelijk heb ik voor de studie
rechten gekozen door de bredere mogelijkheden op de arbeidsmarkt. Een
mooie bijkomstigheid is dat in dit vak taal een belangrijke factor
speelt; pleidooien moeten overtuigen, correspondentie moet helder zijn.
Bijzonder aspect aan het vak van strafrechtadvocaat vind ik dat je een
maatschappelijke betrokkenheid moet voelen bij je cliënt.
Daarom heb ik het hier zo naar mijn zin. Hier worden zaken behandeld op
een hoog juridisch niveau en met een sociaal hart. Zo’n advocaat wil ik
later ook worden, maar dat duurt nog even. Eerst maar eens afstuderen.’ |