|
‘Mijn vrouw heeft een keer ’s avonds laat, toen ik nòg aan het praten
was over een zaak, de afstandsbediening gepakt om mij even ‘uit’ te
schakelen. Ik moest daar wel om lachen. Tja, ik kan inderdaad mijn
hoofd moeilijk stilzetten. Grote strafzaken waar ik mee bezig ben,
blijven in mijn hoofd malen, totdat ik precies weet hoe ik de
verdediging ga voeren. Als ik bijvoorbeeld voorvoel of weet dat politie
of justitie steken hebben laten vallen in het vooronderzoek, blijf ik
doorgaan totdat ik dat kan aantonen bij de rechter. Niet zelden heb ik
hierdoor grote zaken kunnen laten kantelen.
|
Het vak van strafrechtadvocaat ben ik pas op latere leeftijd gaan uitoefenen. Na afronding van mijn rechtenstudie ben ik meteen een eigen kantoor begonnen. Eerst als jurist samen met een accountant en pas jaren later, na afronding van mijn advocatenopleiding, als advocaat. Aanvankelijk behandelde ik letselschadezaken en civiele zaken, totdat Willem van der Griend, een bekende Rotterdamse strafpleiter, aan mij vroeg of ik samen met hem strafzaken wilde gaan behandelen.
Dat is wat ik altijd al wilde. Van hem heb ik veel geleerd, jammer genoeg is hij gestopt met zijn praktijk. Willem was een flamboyant pleiter; ik heb mijn eigen stijl. Minder theatraal misschien, maar minstens zo fel.’ |