Grootste drugsvangst ooit
Terug     

Grootste drugsvangst ooit


De vangst van 4600 kilo cocaine in de haven van Rotterdam was in 2006 de grootste drugsvangst ooit. Een megaproces volgde. Ed Manders stond een Venezolaanse hoofdverdachte bij.
De eis van de Officier van Justitie luidde 12 jaar gevangenisstraf. Het vonnis  was uiteindelijk 4 jaar.  Na 36 maanden ging een zeer tevreden klant weer terug naar huis.

 

Opsporingsdiensten wisten alles van grootste drugstransport ooit in Nederland

Nieuws - Politie -  zaterdag 28 oktober 2006 17:00

 
Het was een enorme drugsvangst, vorig jaar augustus in de haven van Rotterdam. In twee containers hadden de opsporingsdiensten een monsterpartij van 4600 kilo cocaine aangetroffen die een straatwaarde had van ruim 220 miljoen euro. Voor de Zuid-Amerikaanse cokedealers was de megavangst een nekslag, die de vermeende leider van de smokkelbende in Amsterdam zelfs het leven kostte. Een reconstructie van de grootste cocainevangst ooit in ons land.
 
DODELIJKE VANGST
In 2 kabelhaspels zat ruim 4600 kilo cocaïne, ter waarde van €220 miljoen
door JOLANDE VAN DER GRAAF

'Ikke… ik heb net die man gesproken. Hij zegt dat het meisje niet zwanger is!’ ’Wát… wat zeg je me nou?’ ’Dat het meisje niet zwanger is… Hij zag haar met de broek naar beneden, maar er is he-le-maal niets.’ ’Ja, maar dat is raar… Als het grietje naakt is, en er is niks, dan is dat een groot probleem. Dan is dat beestachtig… een regelrechte ramp!’
       
Het was een wonderlijk telefoongesprek, dat zaterdag 3 september vorig jaar over de tap van de Rotterdamse opsporingsdiensten kwam. Ogenschijnlijk waren er bezorgde familieleden van een meisje aan het woord. Maar de speurders van het Rotterdamse onderzoeksteam wisten beter en spitsten hun oren: hier wisselden twee Colombiaanse drugsdealers paniekerig in codetaal een boodschap uit over het verlies van een megapartij aan verdovende middelen.
      
Aan de grootste cokevangst ooit in ons land ging een langdurig onderzoek vooraf dat blijkens dossierstukken die De Telegraaf de afgelopen dagen onder ogen kreeg, zijn oorsprong vond in de Verenigde Staten. Op 20 april vorig jaar kwam er een eerste tip van de Amerikaanse opsporingsdienst Drug Enforcement Agency (DEA). ’Uit een lopend onderzoek’ was gebleken hoe een drugskartel met vertakkingen in Spanje, Costa Rica, Colombia en Nederland een enorm transport in voorbereiding had.
      
Het ging om duizenden kilo’s die per schip naar ons land zouden worden gesmokkeld. De naam en exacte route, zo blijkt uit het DEAbericht, waren op dat moment niet bekend. Vast stond wel dat de partij vanuit Venezuela verstopt in grote, houten haspels vervoerd zou worden. De DEA ging ervan uit dat de lading in een Nederlandse haven over kleinere schepen moest worden verspreid.
 

HARC-team
Nadat de nationale recherche zich over de gedetailleerde informatie had gebogen, werd het onderzoek in mei vorig jaar overgedragen aan justitie Rotterdam en het zogeheten HARC-team (Hit and Run Container Team) waarin de zeehavenpolitie, douane en FIOD-ECD samenwerken. Het onderzoeksteam kreeg toestemming om enkele in Spanje in beeld gekomen verdachten te tappen en observeren en hun auto’s uit te rusten met peilzenders.
      
De eerste actie was al voordat de drugs in ons land aankwamen een feit. Op 24 mei vorig jaar signaleerde een observatieteam hoe de vermeende initiator en bendeleider Carlos Mejia (45), afkomstig uit het Colombiaanse Cali, op Schiphol aankwam. Mejia – bijgenaamd ’El Senor’ (de Meneer) – werd van de luchthaven opgehaald door de Griek Georgios M. (44), die binnen het drugssyndicaat bekendstond als ’het Dikkerdje’. De twee bezochten een adres in Amstelveen, waar nog een derde vermeend bendelid uit Colombia met vrouw en kinderen was neergestreken, de 51jarige José G.
      

Carlos ’El Senor’ Mejia verdween weer, om een maand later opnieuw met een KLM-vlucht vanuit Barcelona naar Amsterdam over te komen. Ook zijn kompaan Carlos G., alias El Flaco, vloog vanuit Spanje naar ons land. De twee werden opgehaald bij een filiaal van Burger King op Schiphol en stapten in een zwarte Ford Focus, die koers zette naar Amsterdam.
      
Vanaf dat moment kreeg het Rotterdamse opsporingsteam handenvol werk aan het volgen van de criminele organisatie, die druk voorbereidingen trof voor het ophanden zijnde cocaïnetransport. ’Tijdens diverse observaties werden ontmoetingen vastgesteld tussen verschillende verdachten, waarvan kan worden afgeleid dat deze verband houden met de voorgenomen smokkel’, werd in een van de processen-verbaal vastgelegd.
       
Een van die bijeenkomsten was in een Chinees restaurant, waar Mejia, José G. en Georgios M. twee Belgische verdachten spraken die waren ingeschakeld om de haspels in een loods in het Belgische Genk op te slaan en te ontmantelen. Personeel van het restaurant verklaarde later aan het onderzoeksteam hoe zij waren geïnstrueerd om andere eters op afstand te houden.
      
Nieuwsgierige Chinese obers vingen bovendien flarden op van gesprekken die over routes, verscheping, prijsafspraken en planning gingen.

Volgens de Belgische verdachte Carl B. was er zeker een tiental van zulke bijeenkomsten met de Colombianen. Voor het strafproces tegen de bende is deze Belg een waardevolle getuige. Carl B. die zegt onder bedreiging aan de smokkel te hebben meegewerkt, wees op foto’s onder meer bendeleider Mejia, Georgios M. en José G. aan en legde diverse belastende verklaringen af.
      
In juni vorig jaar kwamen steeds meer van de later opgepakte verdachten naar ons land. Het ging om jonge Colombianen, een Mexicaan en twee Venezolanen, die verschillende taken toebedeeld hadden gekregen. Zo verklaarde Colombiaanse Claudia G. (26) later dat zij en haar vriend Sergio G. (30) door ’El Senor’ Mejia waren ingehuurd om de opbrengst van de partij cocaïne te bewaken. „Het zou zo veel geld zijn dat dat niet eens in één kamer paste”, zei de vrouw tijdens een van haar verhoren.
      
Anderen waren overgevlogen om de ’cokehaspels’ te ontmantelen en sloegen her en der gereedschap in dat bij latere huiszoekingen in beslag werd genomen. De 44jarige Venezolaan Jorge Luis V. verklaarde later tegenover het onderzoeksteam dat Carlos Mejia hem daartoe de opdracht had gegeven.
      
Ondertussen draaiden de taps er lustig op los en werden honderden gesprekken opgenomen. De Zuid-Amerikaanse misdadigers waren zich bewust van het risico om te worden afgeluisterd en spraken met versluierd taalgebruik en in codes over de cokesmokkel. Zo werden de vrachtpapieren en lading met de woorden ’tickets’ en ’het contract’ aangeduid. ’Het hotel’ stond voor Rotterdam, ’een kamer met zicht op het zwembad’ voor de haven.
      
Hoeveel er op het spel stond, blijkt uit telefoongesprekken, die Carlos Mejia in die tijd met zijn vrouw Anna voerde. ’De manier waarop het ticket’ (papieren van de lading) was geregeld beviel, de Colombiaan blijkens de taps allerminst. ’Ik kon me pas wel van kant maken vanwege alle zorgen’, vertrouwde Mejia aan zijn echtgenote toe.
 

Onderschept
Als hij op dat moment zou hebben geweten hoe de megasmokkel uiteindelijk onderschept werd, had hij zich ongetwijfeld de haren uit het hoofd getrokken. Op woensdag 3 augustus liep de ’EWL Rotterdam’ de Rotterdamse haven binnen met aan boord twee kabelhaspels uit Venezuela. Verzender was het bedrijf Soluciones en Obras, de vermeende ontvanger een investeringsbedrijf in de Iraakse hoofdstad Bagdad.
      
Het HARC-team stond het schip en haar lading gretig op te wachten. Nadat de dikke stalen kabels met speciale machines van de spoelen waren gerold, ontdekten de speurders in speciaal aangebrachte compartimenten 3995 pakketjes met coke, die samen ruim 4600 kilo wogen en op straat zeker 220 miljoen euro hadden opgebracht.
• Toen een tot de tanden bewapend arrestatieteam de uitvalsbasis van de Colombiaanse drugssmokkelaars in Amsterdamse flat binnenviel, stortte de vermeende bendeleider Carlos Mejia (45) van elfhoog naar beneden. 
 
 

• De monsterpartij van ruim 4,5 ton cocaïne, die vorig jaar aan boord van een schip in de Rotterdamse haven werd onderschept, was op ingenieuze wijze gesmokkeld. In schaalvormige compartimenten binnenin twee enorme haspels met staalkabels waren 3995 pakketjes met drugs verstopt. 
 
• De Amsterdamse advocaat mr. Richard van der Weide, raadsman van een van de zestien verdachten: „Er is in dit onderzoek geen enkel zicht op het schimmige voortraject van de Amerikaanse Drug Enforcement Agency.” 

Humor kan de Rotterdamse opsporing niet ontzegd worden. In de twee spoelen werd welgeteld tien gram coke teruggeplaatst, waarna de dingen gecontroleerd werden doorgelaten en een maand later in Genk terechtkwamen. Tot hun verbijstering ontdekten de Colombianen daar op zaterdag 3 september vorig jaar dat de coke was verdwenen. ’Het meisje is verdomme niet zwanger!’ was de boodschap aan bendeleider Carlos Mejia.

      
In de afgeluisterde gesprekken hoorde het onderzoeksteam tevens hoe de dertien verdachten nog diezelfde avond in een op elfhoog gelegen flatwoning aan de J. Veltmanstraat in Amsterdam de koppen bij elkaar zouden steken. Een zwaarbewapend arrestatieteam viel het appartement enkele uren later binnen, waarbij elf bendeleden direct konden worden opgepakt. Carlos ’El Flaco’ G. klom uit een raam om via de tiende verdieping weg te komen, maar werd daar alsnog in de boeien geslagen. Ook Carlos Mejia waande zich een stuntman, maar voor hem liep die waaghalzerij verkeerd af. De Colombiaanse bendeleider stortte naar beneden en stierf ter plekke.
      
Ook in België en Spanje werden verdachten gearresteerd die naar ons land werden uitgeleverd. Tijdens verhoren hielden de meesten hun mond stijf dicht. Carlos V. uit Mexico durfde als een van de weinigen wel iets te zeggen. „Ik deed het voor het geld. Maar het was een grote fout om me met deze mensen in te laten. Ik hou erg van mijn familie en ben bang dat hen iets overkomt. Daarom wil ik er verder niets meer over zeggen.”
       
De Amsterdamse advocaat mr. Richard van der Weide, die een van de Belgische verdachten bijstaat, laakt vooral de grote stilte bij het openbaar ministerie over het Amerikaanse voortraject van het onderzoek. „Justitie is er vanwege de ongekende omvang van dit drugstransport uiteraard op gebrand iedereen veroordeeld te krijgen. Maar als advocaat val ik midden in een onderzoek met een onbekende voorgeschiedenis. Daardoor heb ik geen enkel zicht op de rechtmatigheid van de start van het onderzoek. Ook de rechtbank lijkt daarin niet geïnteresseerd te zijn. Terwijl het niet de eerste keer zou zijn dat door de VS informanten zijn ingezet of ontoelaatbare opsporingsmethoden zijn gebruikt.”
       
Witgewassen
Ook de Rotterdamse strafpleiter mr. Ed Manders – raadsman van een Venezolaanse verdachte – zegt desgevraagd in het duister te tasten. „Het lijkt erop dat via Spanje informatie uit dit Amerikaanse DEA-onderzoek is witgewassen. Een jaar na dato is het nog steeds volstrekt onduidelijk hoe het precies zit met dit coketransport.”
      
De 4600 kilo coke werd daags na de inbeslagname vernietigd. Maar voor welke organisaties waren de drugs bestemd? Een informant van de CIE betichtte de opgepakte Colombiaan Alvaro D. ervan dat hij de cocaïne in vier deelpartijen moest ’stashen’ in Zoetermeer, Rotterdam en Den Haag. Weer een andere CIE-informant verklaarde dat slechts een deel voor de Nederlandse markt bestemd was en de rest in het buitenland aan de man moest worden gebracht.
      
Dat de megavangst een nekslag voor het Zuid-Amerikaanse kartel op de achtergrond heeft gevormd, wordt door een bron binnen de internationale drugshandel bestreden. „Ik ken de grote jongens in Colombia, Brazilië en Venezuela. Die liggen er écht niet wakker van als een paar ton verloren gaat. De volgende partij is ongetwijfeld onderweg of zelfs al in Nederland gearriveerd…” 

Bron De Telegraaf 28-10-06.