De vangst van 4600 kilo cocaine in de haven van Rotterdam was in
2006 de grootste drugsvangst ooit. Een megaproces volgde. Ed Manders
stond een Venezolaanse hoofdverdachte bij.
De eis van de Officier van Justitie luidde 12 jaar gevangenisstraf. Het
vonnis was uiteindelijk 4 jaar. Na 36 maanden ging een zeer tevreden
klant weer terug naar huis.
Opsporingsdiensten wisten alles van grootste drugstransport ooit in Nederland
Nieuws - Politie - zaterdag 28 oktober 2006 17:00
HARC-team
Nadat
de nationale recherche zich over de gedetailleerde informatie had
gebogen, werd het onderzoek in mei vorig jaar overgedragen aan justitie
Rotterdam en het zogeheten HARC-team (Hit and Run Container Team) waarin
de zeehavenpolitie, douane en FIOD-ECD samenwerken. Het onderzoeksteam
kreeg toestemming om enkele in Spanje in beeld gekomen verdachten te
tappen en observeren en hun auto’s uit te rusten met peilzenders.
De
eerste actie was al voordat de drugs in ons land aankwamen een feit. Op
24 mei vorig jaar signaleerde een observatieteam hoe de vermeende
initiator en bendeleider Carlos Mejia (45), afkomstig uit het
Colombiaanse Cali, op Schiphol aankwam. Mejia – bijgenaamd ’El Senor’
(de Meneer) – werd van de luchthaven opgehaald door de Griek Georgios M.
(44), die binnen het drugssyndicaat bekendstond als ’het Dikkerdje’. De
twee bezochten een adres in Amstelveen, waar nog een derde vermeend
bendelid uit Colombia met vrouw en kinderen was neergestreken, de
51jarige José G.
Carlos ’El Senor’ Mejia verdween weer,
om een maand later opnieuw met een KLM-vlucht vanuit Barcelona naar
Amsterdam over te komen. Ook zijn kompaan Carlos G., alias El Flaco,
vloog vanuit Spanje naar ons land. De twee werden opgehaald bij een
filiaal van Burger King op Schiphol en stapten in een zwarte Ford Focus,
die koers zette naar Amsterdam.
Vanaf dat moment kreeg
het Rotterdamse opsporingsteam handenvol werk aan het volgen van de
criminele organisatie, die druk voorbereidingen trof voor het ophanden
zijnde cocaïnetransport. ’Tijdens diverse observaties werden
ontmoetingen vastgesteld tussen verschillende verdachten, waarvan kan
worden afgeleid dat deze verband houden met de voorgenomen smokkel’,
werd in een van de processen-verbaal vastgelegd.
Een van
die bijeenkomsten was in een Chinees restaurant, waar Mejia, José G. en
Georgios M. twee Belgische verdachten spraken die waren ingeschakeld om
de haspels in een loods in het Belgische Genk op te slaan en te
ontmantelen. Personeel van het restaurant verklaarde later aan het
onderzoeksteam hoe zij waren geïnstrueerd om andere eters op afstand te
houden.
Nieuwsgierige Chinese obers vingen bovendien
flarden op van gesprekken die over routes, verscheping, prijsafspraken
en planning gingen.
Volgens de Belgische verdachte Carl
B. was er zeker een tiental van zulke bijeenkomsten met de Colombianen.
Voor het strafproces tegen de bende is deze Belg een waardevolle
getuige. Carl B. die zegt onder bedreiging aan de smokkel te hebben
meegewerkt, wees op foto’s onder meer bendeleider Mejia, Georgios M. en
José G. aan en legde diverse belastende verklaringen af.
In
juni vorig jaar kwamen steeds meer van de later opgepakte verdachten
naar ons land. Het ging om jonge Colombianen, een Mexicaan en twee
Venezolanen, die verschillende taken toebedeeld hadden gekregen. Zo
verklaarde Colombiaanse Claudia G. (26) later dat zij en haar vriend
Sergio G. (30) door ’El Senor’ Mejia waren ingehuurd om de opbrengst van
de partij cocaïne te bewaken. „Het zou zo veel geld zijn dat dat niet
eens in één kamer paste”, zei de vrouw tijdens een van haar verhoren.
Anderen
waren overgevlogen om de ’cokehaspels’ te ontmantelen en sloegen her en
der gereedschap in dat bij latere huiszoekingen in beslag werd genomen.
De 44jarige Venezolaan Jorge Luis V. verklaarde later tegenover het
onderzoeksteam dat Carlos Mejia hem daartoe de opdracht had gegeven.
Ondertussen
draaiden de taps er lustig op los en werden honderden gesprekken
opgenomen. De Zuid-Amerikaanse misdadigers waren zich bewust van het
risico om te worden afgeluisterd en spraken met versluierd taalgebruik
en in codes over de cokesmokkel. Zo werden de vrachtpapieren en lading
met de woorden ’tickets’ en ’het contract’ aangeduid. ’Het hotel’ stond
voor Rotterdam, ’een kamer met zicht op het zwembad’ voor de haven.
Hoeveel
er op het spel stond, blijkt uit telefoongesprekken, die Carlos Mejia
in die tijd met zijn vrouw Anna voerde. ’De manier waarop het ticket’
(papieren van de lading) was geregeld beviel, de Colombiaan blijkens de
taps allerminst. ’Ik kon me pas wel van kant maken vanwege alle zorgen’,
vertrouwde Mejia aan zijn echtgenote toe.
Onderschept
Als
hij op dat moment zou hebben geweten hoe de megasmokkel uiteindelijk
onderschept werd, had hij zich ongetwijfeld de haren uit het hoofd
getrokken. Op woensdag 3 augustus liep de ’EWL Rotterdam’ de Rotterdamse
haven binnen met aan boord twee kabelhaspels uit Venezuela. Verzender
was het bedrijf Soluciones en Obras, de vermeende ontvanger een
investeringsbedrijf in de Iraakse hoofdstad Bagdad.
Het
HARC-team stond het schip en haar lading gretig op te wachten. Nadat de
dikke stalen kabels met speciale machines van de spoelen waren gerold,
ontdekten de speurders in speciaal aangebrachte compartimenten 3995
pakketjes met coke, die samen ruim 4600 kilo wogen en op straat zeker
220 miljoen euro hadden opgebracht.
• Toen een tot de
tanden bewapend arrestatieteam de uitvalsbasis van de Colombiaanse
drugssmokkelaars in Amsterdamse flat binnenviel, stortte de vermeende
bendeleider Carlos Mejia (45) van elfhoog naar beneden.
• De
monsterpartij van ruim 4,5 ton cocaïne, die vorig jaar aan boord van een
schip in de Rotterdamse haven werd onderschept, was op ingenieuze wijze
gesmokkeld. In schaalvormige compartimenten binnenin twee enorme
haspels met staalkabels waren 3995 pakketjes met drugs verstopt.
•
De Amsterdamse advocaat mr. Richard van der Weide, raadsman van een van
de zestien verdachten: „Er is in dit onderzoek geen enkel zicht op het
schimmige voortraject van de Amerikaanse Drug Enforcement Agency.”
Humor
kan de Rotterdamse opsporing niet ontzegd worden. In de twee spoelen
werd welgeteld tien gram coke teruggeplaatst, waarna de dingen
gecontroleerd werden doorgelaten en een maand later in Genk
terechtkwamen. Tot hun verbijstering ontdekten de Colombianen daar op
zaterdag 3 september vorig jaar dat de coke was verdwenen. ’Het meisje
is verdomme niet zwanger!’ was de boodschap aan bendeleider Carlos
Mejia.